![]() |
| 29 April 29, 2003
Ik ben inmiddels bijna een maand in Ulaanbaatar, Mongolie. Alles wat ik van te voren had gelezen en gehoord over Mongolie telt eigenlijk niet voor de hoofdstad. Het idee dat hier niks te krijgen is, is achterhaald. Hoewel je je favoriete dingen moet inslaan zodra je ze ziet, zijn er sinds een jaar of vier steeds meer westerse restaurants, café’s en winkels gekomen. Op bepaalde markten is er een ruime keus aan groenten en voorverpakt etenswaar van de Euroshopper. Hoewel de temperatuur het nog niet elke dag toelaat, zetten sommige café eigenaren hun terassen al klaar. Op iedere hoek zit wel een snooker/biljard kelder waar ik tot nu toe eigenlijk alleen maar scholieren heb gezien. Al met al doet Ulaanbaatar dus erg westers aan door de Russische invloed en het niet-chinees willen zijn. De gebouwen zijn van het vervallen Oostblok-type. Er wordt overal gebouwd, maar van renovatie lijken ze niet te hebben gehoord. De verf brokkelt van de muren, ook in de rijkere gedeeltes van de stad. De stoep loopt schots en scheef, houdt op om dan na een paar putten en vage gaten weer verder te gaan. Vooral ‘s nachts opletten dus! Zaklamp is aan te raden. Je moet ook niet verbaasd zijn om ineens een jongetje uit de put (ik bedoel zijn huis) te zien kruipen (of uit de vuilniscontainer), maar ik zie er vrij weinig. Ondanks de nieuwbouw in de stad is er nog steeds woonruimte tekort, waardoor er aan de rand van de stad hele ger-kampen staan. Iedereen heeft zijn eigen plekje met een hek eromheen, maar de ingang van de ger staat altijd naar het zuiden. Hier en daar lopen oudere Mongolen nog steeds in de traditionele “del”, maar de jongeren zijn hier net zo hip als thuis. Wat erg fijn is, is dat je als westerling met rust gelaten wordt. Het achtervolgen en lastigvallen van toeristen wordt hooguit door een paar straatjongetjes gedaan die het na 1x “nee” zeggen meestal al opgeven. De Mongolen zijn over het algemeen zeer vriendelijke mensen. Hoewel de meesten erg weinig Engels spreken (ongeveer net zo goed als mijn Mongools), proberen ze je altijd te helpen. Het enige vervelende hier is dat ik geen cyrillisch kan lezen en ik hooguit een paar woorden op de gebouwen kan vertalen. Maar ik doe mijn best om het alfabet te leren. “My new friend” Byamba leert me Mongools in ruil voor Engelse les (en wat maaltijden). De eerste keer dat ik echt het gevoel had in Mongolie te zijn, was eigenlijk pas toen we een trip naar het platteland maakten. Hulan, onze contactpersoon hier, kent een Kazach familie in Tsagaanuur die de vier geeks graag een weekendje op bezoek hadden. Na vijf uur over een redelijk onderhouden snelweg te hebben gereden, was er ineens een afslag (tweede boom rechts) die ons via een hobbelige zandweg naar het dorpje bracht. Onderweg lopen koeien, paarden, schapen en kamelen langs en over de weg. Overal zijn “ovoos”, een stapel stenen in pyramide-vorm waar altijd een blauwe sjaal bij ligt of aan een stok is vastgemaakt. Het is een sjamamistisch gebruik om er drie keer met de klok mee om heen te lopen en een offer te maken. Alles is goed, een handje grond, steen of een lege fles vodka. Het is dat die blauwe sjaal er altijd is, want anders denk je dat het een vuilnisberg is. We kwamen pas rond tien uur ‘s avonds aan (dat had eigenlijk zeven uur moeten zijn, maar men neemt het niet zo nauw met afspraken). Hoewel we al hadden gegeten, werd de hele tafel volgezet met etenswaren. Plakken worst, augurken en brood zijn favoriet. En zoals dat hoort werd de fles vodka opengemaakt die we als geschenk hadden meegebracht (ik had ook paaseitjes meegenomen, maar die verdwenen meteen naar een geheime plek, ik neem aan dat dat een goed teken is). De eerste schuit wordt geofferd aan het vuur, en als je geen shots doet, maar een bakje krijgt hoor je met je ringvinger in de vodka te dippen en drie keer een paar druppels in de lucht te gooien. Eer aan het water, de bergen en de wind. En vooral niet meer, want vodka is hier heilig, net als vuur. Daarna neem je een slok uit het bakje en geef je het weer terug aan degene die het aan je gaf. Nooit doorgeven! De volgende morgen werden we rondgereden in de luxe Japanse jeep waar we mee waren gekomen. Waarom men meer uitgeeft aan een auto dan aan een huis, blijft voor mij een raadsel. In het hele huis was 1 kraan met koud water en de wc (gat in de grond met een paar planken) in een verre hoek van de tuin. Het Mongoolse landschap is schitterend mooi en ik verheug me erg op de zomer wanneer alles groen zal zijn en niet zo uitgedroogd als nu. Sowieso mag het wel wat warmer worden. Gisteren sneeuwde het ‘s morgens, maar ‘s middags was het aangenaam. De Mongolen zijn vreselijk paranoide over de SARS, omdat ze maar met 2,5 miljoen zijn en geen Mongool kunnen missen. Toen het eerste geval was aangekondigd liep de hele stad met een mondkapje op, zelfs als ze in hun eentje in de auto zitten. Ik moest er ook aan geloven, want anders kwam ik het gebouw waar ik werk niet in. De week daarna verdween de angst blijkbaar, want het aantal mondkapjes op straat daalde aanzienlijk. Maar vandaag werd ik weer achtervolgd met “MASK, MASK!!!”, dus voor de show doe ik hem op. Het rare is dat die mondkapjes totaal geen zin hebben, als je niet ook met handschoenen of iets dergelijks loopt. Bovendien eten we met z’n allen in een redelijk kleine kantine en dan doet iedereen hem weer af. Het jammere aan de hele situatie is ook dat alles voor tien uur ‘s avonds dicht gaat. Slecht voor de lokale economie en wij zitten vast aan thuis tv kijken in plaats van Mongoolse opera of wie de beste is in Japanse liedjes zingen, want alle shows zijn afgelast. Het werk zelf is overigens redelijk frustrerend. In het begin dacht ik hier echt niks te doen te hebben, maar nu ik de designers aan het werk heb gezien, weet ik niet eens waar ik moet beginnen met uitleggen. Vooral een van de designers kan er echt helemaal niks van. Gisteren waren we met een brochure voor een aimag (provincie) bezig en gelukkig was mijn “bazin” het er mee eens dat we helemaal overnieuw moeten beginnen. En dan tenslotte: vodka vodka vodka. Daar kunnen ze hier geen genoeg van krijgen. In de State Department Store is een supermarkt die zeker 50 verschillende soorten aanbiedt. Oh en ik moet toch ook nog even kwijt dat ik een boksende kangaroe heb
gezien in het Russische circus (nog net voor de Sars). |
| Ulaanbaatar, Mongolia, May 11 2003 |